Menu
GasTerra's visie

GasTerra's visie

In essentie is de taak van GasTerra (tot 2005 de handelspoot van Gasunie) sinds de jaren 60 niet veranderd: we proberen net als toen het Nederlandse aardgas zo goed mogelijk te verkopen om de waarde van het in Nederland gewonnen gas te maximaliseren. De omstandigheden waarin wij dit doen veranderen echter continu.

Volgens het door de minister van Economische Zaken ingestelde Groningenplafond mocht GasTerra van 2006 tot en met 2015 in totaal 425 miljard m3 gas inkopen uit het Groningenveld en in de periode 2011-2020 449 miljard m3. De onderneming heeft van 2006 tot en met 2013 334 miljard m3 gas uit het Groningenveld ingekocht, zodat er volgens het in 2013 geldende plafond nog 91 miljard over was voor de jaren 2014 en 2015.

Naar aanleiding van de toenemende frequentie en kracht van de aardbevingen in het winningsgebied heeft het kabinet op 17 januari 2014 besloten nieuwe productiemaxima in te stellen. Volgens het kabinetsbesluit mag nu per jaar in 2014 en 2015 niet meer dan 42,5 miljard m3 aardgas uit het Groningenveld worden gewonnen, in 2016 nog 40 miljard m3. Bovendien moet de winning op vijf productielocaties in het hart van het aardbevingsgebied, rond Loppersum, met 80 procent worden verminderd.

Ter voorbereiding op het kabinetsbesluit had de minister van Economische Zaken in januari 2013 opdracht gegeven tot het uitvoeren van 14 onderzoeken naar verschillende vraagstukken die met de productie van gas uit het Groningenveld samenhangen, zoals de omvang van de schade, de mogelijkheden om aantal en kracht van de bevingen te verminderen en de gevolgen van een eventuele productiebeperking. GasTerra was bij een aantal van deze onderzoeksopdrachten betrokken.

GasTerra meent dat het, ondanks de aangekondigde productiebeperking, in staat is aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen.

Los van de door de minister van Economische Zaken ingestelde plafonds zal in de toekomst de capaciteit van het Groningenveld langzaam afnemen, waardoor de volumes na 2020 die jaarlijks uit Groningen geproduceerd kunnen worden ook zullen dalen. GasTerra wordt daardoor voor nieuwe uitdagingen gesteld, waar de onderneming zich nu al op voorbereidt. In dat kader worden nationaal en internationaal plannen gemaakt voor de ombouw van apparatuur vanaf 2020, zodat deze geschikt is voor hoog calorisch gas. Deze ombouw zal internationaal naar verwachting 10 tot 20 jaar duren.

We zien dat het aandeel van duurzame bronnen in de energiemix blijft groeien. Een goede maatschappelijke ontwikkeling, al leidt het in het bijzonder voor de netbeheerders wel tot de nodige uitdagingen. Het is aan hen om dit grillige, veelal decentraal opgewekte energieaanbod in te passen in de markt. Traditioneel waren het de flexibele, snel op- en af te schakelen gascentrales die deze variaties opvingen. Echter de realiteit is dat het afgelopen jaar zelfs de meest moderne en meest efficiënte gas centrales niet of nauwelijks worden ingezet maar dat gebruik gemaakt wordt van kolencentrales. Een aantal gascentrales is al gesloten; andere staan op de nominatie om gesloten te worden. GasTerra zou graag zien dat deze trend wordt omgebogen. Niet alleen omdat we hier als gashandelsbedrijf direct belang bij hebben, maar ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Kolen, die nu uit kostenoogpunt vaak in de centrales gebruikt worden om elektriciteit op te wekken, veroorzaken aanzienlijk meer CO2-uitstoot dan gas.

Magritte Twaalf

Hoe een en ander zich zal ontwikkelen, is in grote mate afhankelijk van de nieuwe Europese CO2-emissiedoelen voor 2030 en het effect daarvan op de prijs van CO2-emissierechten. GasTerra zou graag zien dat Brussel met een helder energiebeleid komt met één enkelvoudige doelstelling. Het kernprobleem is immers broeikasgasemissies. Daar hoort één doelstelling bij: CO2-emissiereductie. Geen aanvullende parallelle doelen voor bijvoorbeeld duurzaamheid die onder bepaalde omstandigheden zelfs tot verhoging van CO2-uitstoot kunnen leiden. De middelen die daarvoor moeten worden ingezet, kunnen aan de markt worden overgelaten. Twaalf CEO's van Europese bedrijven in de energiesector, waaronder GasTerra (de zogenaamde Magritte-groep), hebben in dit verband het initiatief genomen om zich in te zetten voor de verbetering van de positie van aardgas. Zij hebben in november 2013 gesproken met de verantwoordelijke leden van ons kabinet. Een belangrijk doel van het gesprek was om de positie van Nederland ten aanzien van het kader voor een klimaat- en energiebeleid richting 2030 in de Europese Raad van komend voorjaar te beïnvloeden.

Belangrijke aandachtspunten van de groep zijn:

  • ambitieuze klimaatdoelstelling (focus op CO2-reductie) voor 2030;
  • structurele hervorming van het ETS (Emission Trading System) als belangrijkste beleidsinstrument;
  • meer doelgerichte en efficiënte subsidiesystemen, gericht op innovatieve koolstofarme technologieën;
  • Europese oplossingen in plaats van fragmentatie als gevolg van nationale beleidsinitiatieven, bijvoorbeeld ten aanzien van het back-upvraagstuk in de elektriciteitsmarkt.

In het verleden werden gasprijzen in West Europa en elders gebaseerd op de waarde van alternatieve brandstoffen, met name olieproducten. Tegenwoordig komen gasprijzen vooral tot stand op gashubs. Dit zijn door netbeheerders gecreëerde handelsplaatsen waar handel in gestructureerde gasproducten plaatsvindt. Het belang van deze handel is in het afgelopen decennium sterk toegenomen. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk worden de gasprijzen inmiddels al diverse jaren op deze handelsplaatsen bepaald, ook voor niet gestructureerde gasproducten. Ook in de meeste andere landen waar het gas van GasTerra wordt geleverd is het belang van hubprijzen de afgelopen jaren toegenomen. Maar in deze landen spelen, in van land tot land verschillende mate, gasprijzen gebaseerd op de waarde van alternatieve brandstoffen (met name olie), echter nog steeds een rol. Onder invloed van de hubprijzen staan de marges voor handelsbedrijven onder druk. GasTerra speelt daarop in door scherp te letten op interne kosten en door innovatieve producten te ontwikkelen die aansluiten bij de behoeften in de markt. 

Jaarrekening

Jaarrekening

De samenstelling van de jaarrekening 2013 is als volgt

 

Balans per 31 december (vóór winstbestemming)
Winst- en verliesrekening
Kasstroomoverzicht
Toelichting behorende tot de jaarrekening

 


 

Balans per 31 december (vóór winstbestemming)

Winst- en verliesrekening

Kasstroomoverzicht

Toelichting behorende tot de jaarrekening

1. GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Algemeen
De jaarrekening is opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Activa en passiva zijn, voorzover niet anders vermeld, opgenomen tegen nominale waarde. De algemene grondslag voor de waardering en de resultaatbepaling wordt gevormd door de historische kosten. 

De vergelijkende cijfers zijn indien nodig aangepast ter verbetering van de vergelijkbaarheid.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. 

Continuïteit 
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Schattingen en onzekerheden
Voor het opmaken van deze jaarrekening zijn beoordelingen, schattingen en aannames gemaakt die de verantwoorde bedragen beïnvloeden. Dit betreft in het bijzonder de netto-omzet en de kostprijs van de omzet (waaronder transportkosten). De beoordelingen, schattingen en aannames die zijn gemaakt, zijn gebaseerd op marktgegevens, kennis en ervaring en andere factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk worden beschouwd. Eventuele bijzonderheden ten aanzien van schattingen en beoordelingen worden indien van belang hierna opgenomen bij de toelichtingen op de balans en de winst- en verliesrekening.

Vreemde valuta
Liquide middelen, vorderingen op handelsdebiteuren en kortlopende schulden in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers per balansdatum.

De koersverschillen op gasexport en gasimport worden toegerekend aan gasinkopen. De overige koersverschillen worden verantwoord onder de financiële baten en lasten.

Vaste activa
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de historische aanschaffingsprijs of vervaardigingprijs verminderd met lineaire afschrijvingen gedurende de economische levensduur van de activa. 

Materiële vaste activa die op balansdatum nog niet zijn opgeleverd worden verantwoord onder de Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering. Na de ingebruikname worden de betreffende activa gerubriceerd onder de hoofdcategorie Vaste bedrijfsmiddelen, waarin hoofdzakelijk software zit. 

De gehanteerde afschrijvingstermijnen liggen tussen de 5 en 10 jaar. 
Met naar verwachting duurzame waardeverminderingen wordt rekening gehouden.

Vlottende activa
Vorderingen
De vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs rekening houdend met risico's van oninbaarheid. Onder de debiteuren zijn tevens de nog niet gefactureerde verkopen opgenomen.

Pensioenen
GasTerra is aangesloten bij het pensioenfonds van Gasunie. De medewerkers van GasTerra hebben een pensioenregeling die is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds Gasunie. De pensioenregeling is per 1 januari 2013 gewijzigd waarbij geen bijstortverplichting meer bestaat voor de werkgever. In verband met deze wijziging heeft GasTerra in 2013 een éénmalige storting in het pensioenfonds verricht. Per 1 januari 2014 zal de regeling worden gewijzigd van een eindloonregeling naar een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. De financiële verplichtingen van GasTerra ten opzichte van het fonds bestaan vanaf 1 januari 2014 uit een vaste premie in combinatie met de éénmalige storting aan het opbouw- en toeslagdepot van het pensioenfonds. Als de middelen die het fonds tot zijn beschikking heeft ontoereikend zijn dan ligt het risico hiervan bij de (gewezen) deelnemers.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. Voor zover deze verplichting betrekking heeft op het komende boekjaar is deze verantwoord onder de kortlopende schulden.

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Kortlopende schulden 
De kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij de baten en lasten uit hoofde van amortisatie volgens de effectieve-rentemethode worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. De eerste waardering vindt plaats tegen reeële waarde waarbij de transactiekosten die direct toerekenbaar zijn aan de verwerving in de waardering worden opgenomen. Dit betreft schulden met een looptijd van maximaal een jaar. Onder de crediteuren zijn tevens de nog niet gefactureerde inkopen opgenomen. Van klanten ontvangen of te vorderen bedragen wegens minderafname van gas onder ‘take-or-pay’ overeenkomsten worden als leveringsverplichting opgenomen onder de kortlopende schulden. De leveringsverplichting uithoofde van het ontvangen gas in de storage service is eveneens opgenomen onder de kortlopende schulden.

Financiële instrumenten 
Financiële instrumenten omvatten vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden. De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van afgeleide financiële instrumenten. Het betreft valutatermijncontracten en gasprijsswaps om het prijsrisico van bepaalde gascontracten af te dekken. 

De onderneming past kostprijs hedge accounting toe teneinde de resultaten uit hedge-instrumenten waaronder valutatermijncontracten en gasprijsswaps, en waardeveranderingen van de afgedekte posities gelijktijdig in de winst- en verliesrekening te verwerken. De eerste waardering van valutatermijncontracten en gasprijsswaps vindt plaats tegen kostprijs. Zolang het valutatermijncontract of de gasprijsswap betrekking heeft op een verwachte toekomstige transactie wordt het valutatermijncontract of de gasprijsswap niet geherwaardeerd. Zodra de afgedekte positie van de verwachte toekomstige transactie tot de verwerking van een financieel actief of een financiële verplichting leidt, worden de met het valutatermijncontract of de gasprijsswap verbonden winsten of verliezen in dezelfde periode in de winst- en verliesrekening verwerkt als waarin het verkregen actief of de aangegane verplichting van invloed is op de winst of het verlies.

De onderneming documenteert de hedgerelaties en toetst periodiek de effectiviteit van de hedgerelaties door vast te stellen dat er geen sprake is van overhedges. Een verlies als gevolg van een overhedge wordt op basis van kostprijs of lagere marktwaarde direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

GasTerra sluit in het kader van zijn bedrijfsuitvoering gasinkoopcontracten en gasverkoopcontracten af. Deze contracten worden afgesloten voor daadwerkelijke fysieke levering en ontvangst van gas in overeenstemming met de verwachte in- of verkopen of gebruiksbehoeften van de onderneming en vallen daarom buiten de reikwijdte van RJ 290. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Gasverkoop en gasinkoop
De prijsstelling van aardgas aan zowel verkoop- als inkoopzijde wordt in belangrijke mate beïnvloed door de ontwikkelingen van de gasmarktprijzen van aardgas alsmede door de prijzen van andere energiedragers. 

De aandeelhouders van GasTerra hebben een overeenkomst gesloten betrekking hebbende op de door GasTerra te behalen winst na belasting. Op grond daarvan wordt de prijs van het gedurende het jaar door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) aan GasTerra verkochte Gronings aardgas zodanig vastgesteld, dat voor GasTerra de door aandeelhouders voor dat jaar vastgestelde winst na belasting overblijft.

Netto-omzet    
Netto-omzet wordt opgesplitst in gasverkoop en overige netto-omzet. 

Onder gasverkoop worden verantwoord de opbrengsten uit de levering van gas en de opbrengsten uit de daarbij geleverde diensten, na aftrek van over de omzet geheven belastingen. Onder overige netto-omzet worden hoofdzakelijk verantwoord de opbrengsten uit levering van diensten aan derden. Deze opbrengsten betreffen met name flexibiliteitdiensten.

De opbrengsten worden verantwoord in de verslagperiode waarin de levering van het gas en de diensten hebben plaatsgevonden.

Diensten, die betrekking hebben op het beschikbaar stellen van transportcapaciteit en flexibiliteit, staan los van het daadwerkelijk gebruik. Zij worden geacht te zijn geleverd, indien de dienst ter beschikking heeft gestaan aan de klant gedurende het overeengekomen tijdsvak.

Kostprijs van de omzet
Onder kostprijs van de omzet worden hoofdzakelijk verantwoord de kosten van inkoop van gas en de daarbij geleverde diensten, de transportkosten en de kosten die verband houden met de ondergrondse gasopslag. 

Bedrijfslasten
De kosten worden bepaald op historische basis, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor de waardering en worden toegerekend aan de verslagperiode waarop ze betrekking hebben. Verliezen worden in aanmerking genomen in de verslag¬periode waarin zij voorzienbaar zijn.

Uitkomst der financiële baten en lasten
Hieronder worden baten en lasten verband houdende met de financiering verantwoord. 

Vennootschapsbelasting 
Het in de winst- en verliesrekening op te nemen bedrag aan vennootschapsbelasting wordt berekend uitgaande van het volgens deze rekening bepaalde resultaat, met inachtneming van de geldende fiscale bepalingen en tarieven. 

Kasstroomoverzicht
In dit overzicht komen de gegenereerde kasstromen tot uitdrukking. Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode uitgaande van het bedrijfsresultaat in de winst- en verliesrekening. 
 
2. NADERE TOELICHTING OP DE BALANS

Financiële instrumenten

Algemeen
De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten die de onderneming blootstelt aan marktrisico inclusief valutarisico, renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. De onderneming zet afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen. De onderneming handelt niet in afgeleide financiële instrumenten.

Kredietrisico
Het kredietrisico bestaat uit het verlies dat zou ontstaan indien klanten of tegenpartijen in gebreke zouden blijven en hun contractuele verplichtingen niet zouden nakomen. De onderneming heeft richtlijnen opgesteld waaraan klanten of tegenpartijen moeten voldoen. Deze richtlijnen beperken het risico verbonden aan mogelijke kredietconcentraties en marktrisico's. Indien klanten of tegenpartijen niet aan deze richtlijnen voldoen worden nadere zekerheden gevraagd zoals bankgaranties. De onderneming loopt hierdoor geen belangrijk kredietrisico ten aanzien van een enkele individuele klant of tegenpartij. 

Renterisico 
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven gelden. De onderneming heeft als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico
Om het liquiditeitsrisico te beperken beschikt GasTerra over een commercial paper-programma van € 1,0 miljard ultimo 2013. De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van liquiditeitsprognoses. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

Valutarisico
GasTerra's beleid tot en met 2012 was om de valutarisico’s die voortvloeien uit in- en verkopen volledig af te dekken op het moment waarop de vorderingen of schulden zich manifesteren. Met ingang van 2013 hanteert GasTerra een beleid om de valutarisico’s van in de balans opgenomen vorderingen en schulden in vreemde valuta te beheersen met behulp van een bandbreedte. De valutarisico's worden pas - en dan volledig - afgedekt door middel van kortlopende valutacontracten, indien de ongerealiseerde resultaten van die risico's buiten een door de onderneming vastgestelde bandbreedte komen.

Marktwaarde 
De marktwaarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

De geschatte marktwaarde en de totale boekwaarde van de valutatermijncontracten en gasprijsswaps per 31 december worden vermeld in de onderstaande tabel: 

Door toepassing van kostprijshedgeaccounting, zoals uiteengezet in de grondslagen, bedraagt de in bovenstaande tabel opgenomen boekwaarde van afgeleide financiële instrumenten nihil. 

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen  

Inkoop-, levering- en transportverplichtingen
GasTerra heeft meerjarige inkoop-, levering- en transportverplichtingen uit hoofde van gasinkoop-, gasverkoop- en transportovereenkomsten. De gasinkoop- en gasverkoopprijzen zijn in belangrijke mate afhankelijk van de toekomstige marktprijzen van andere energiedragers, alsmede van de toekomstige gasmarktprijzen van aardgas. 

De meerjarige leveringsverplichtingen worden afgedekt door meerjarige inkoopovereenkomsten, waarbij het geplande aanbod aan GasTerra van het Gronings aardgas de meerjarige leveringsverplichtingen ruim overtreft. Het verschil tussen leveringsverplichtingen en de import- en nationale inkoopverplichtingen wordt door GasTerra met name kortlopend verkocht op liquide handelsplaatsen.

De aandeelhouders van GasTerra hebben een overeenkomst gesloten betrekking hebbende op de door GasTerra te behalen winst na belasting. Op grond daarvan wordt de prijs van het gedurende het jaar door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) aan GasTerra verkochte Gronings aardgas zodanig vastgesteld, dat voor GasTerra de door aandeelhouders voor dat jaar vastgestelde winst van € 36 miljoen na belasting overblijft. Als gevolg van de toepassing van de bovenstaande overeenkomst wordt geen toelichting van de waardering van de individuele gasinkoop- en verkoopcontracten opgenomen.

De verplichtingen en rechten van meerjarige gasinkoop-, gasverkoop- en transportovereenkomsten zijn niet gepassiveerd en geactiveerd.

Meerjarige gasinkoop- en gasverkoopovereenkomsten bevatten veelal heronderhandelingsclausules om gedurende de looptijd van de overeenkomst onder bepaalde voorwaarden de contractcondities te herzien. GasTerra is ten aanzien van meerdere meerjarige gasinkoop- en gasverkoopovereenkomsten in reguliere heronderhandeling met de desbetreffende tegenpartijen. Het is niet mogelijk om een betrouwbare schatting van de uitkomsten van deze heronderhandelingen te maken.

Ten behoeve van GasTerra zijn door derden voor € 22,8 miljoen bankgaranties afgegeven.

Ondergrondse gasopslag
GasTerra heeft ter zake van ondergrondse gasopslagcapaciteit meerjarige financiële verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen met een jaarlijks gemiddeld te betalen bedrag van € 0,5 miljard (2012: € 0,5 miljard).

3. NADERE TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING

Bezoldiging van bestuurders en commissarissen
Het beloningsbeleid van GasTerra voor bestuurders van de vennootschap is erop gericht om managers die leiding geven aan een grote onderneming te motiveren en te behouden en hen te belonen op basis van hun prestatie. Voor de commissarissen van de vennootschap geldt een terughoudend bezoldigingsbeleid. 

Bestuurders van de vennootschap
De bezoldiging van de bestuurder van de vennootschap, drs. G.J. Lankhorst, luidt als volgt:

Bovengenoemde variable beloning is gebaseerd op het bereiken van de afgesproken doelstellingen gedurende het verslagjaar. In 2013 is een bedrag van € 40.009 (crisisheffing 2012: € 39.276) als last verantwoord uit hoofde van de wet crisisheffing. GasTerra heeft een verzekering die bestuurders en commissarissen dekking biedt bij aansprakelijkheid. 

Commissarissen van de vennootschap
De bezoldiging van de leden van de Raad van Commissarissen over het boekjaar 2013 bedraagt in totaal € 55.437 (2012: € 58.084). 

Directie
drs. G.J. Lankhorst, Chief Executive Officer

Raad van Commissarissen
mr. drs. C.W.M. Dessens, Voorzitter
drs. D.A. Benschop
ir. J.D. Bokhoven
ir. P. Dekker
drs. M.E.P. Dierikx
ir. J.M. Van Roost    
drs. A.P.N. van Veldhoven

 

Groningen, 13 februari 2014

 

(download de jaarrekening in pdf)

Samenvatting financiële resultaten

Samenvatting financiële resultaten

Overzicht van de cijfers van 2013

Verslag van de Raad van Commissarissen

Verslag van de Raad van Commissarissen

Vergaderingen

De Raad (met inbegrip van het College van Gedelegeerde Commissarissen) kwam 11 maal in vergadering bijeen, in aanwezigheid van de directie. Hierbij waren, op enkele uitzonderingen na, alle leden van de Raad aanwezig.

Bij twee vergaderingen was tevens de Audit Commissie vertegenwoordigd in de persoon van de voorzitter van deze commissie.

De externe accountant was op uitnodiging van de Raad aanwezig in de vergadering waarin de jaarstukken over 2012 werden behandeld.

Strategie en doelstellingen

Met de directie is gesproken over de strategie van de onderneming en de vertaling daarvan naar de doelstellingen voor de komende jaren. De waarde maximalisatie van het Nederlands gas blijft hierin voorop staan en er is geen noodzaak de strategie aan te passen. Tevens is besproken in hoeverre de doelstellingen voor het jaar 2013 zijn gerealiseerd en zijn de doelstellingen voor 2014 vastgesteld. GasTerra zal de rol van aardgas in de transitie naar een volledige duurzame energievoorziening blijvend onder de aandacht brengen. Daarnaast heeft het Groningen aardbeving dossier een nadrukkelijke impact op de onderneming aangezien dit vraagstuk directe invloed heeft op onze buren in stad en provincie waar GasTerra zijn bedrijfsvoering heeft. Het op 17 januari 2014 bekend gemaakte besluit van de minister omtrent de productie van het Groningenveld heeft geen impact op GasTerra's strategie maar wel op de wijze waarop het bedrijf deze zal kunnen verwezenlijken.

Risicobeheersing

De Raad heeft in 2013 gesproken over de risico's verbonden aan de onderneming en de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen (het document of representation). Ook is aandacht besteed aan de management letter van de externe accountant, en is stil gestaan bij de voor GasTerra relevante maatschappelijke aspecten. De Raad concludeert dat GasTerra een stevig 'control framework' heeft, dat dit effectief functioneert, en op punten nog verder wordt verbeterd.

Personele aangelegenheden

De Raad van Commissarissen bespreekt jaarlijks met de directie het binnen de organisatie aanwezige opvolgingspotentieel voor invulling van managementfuncties.

In verband met het vertrek van de heer Kielman als Directeur Commercie heeft de Raad een selectiecommissie samengesteld bestaande uit twee leden van de Raad en de Chief Executive Officer. Op basis van het advies van deze commissie heeft de benoeming van de nieuwe Directeur Commercie Robert van Rede in oktober 2013 plaats gevonden.

De Raad wordt indien van toepassing betrokken bij mutaties met betrekking tot nevenfuncties van directieleden en de overige leden van het managementteam van GasTerra en bespreekt één maal per jaar het complete overzicht van deze nevenfuncties. Ook het overzicht van nevenwerkzaamheden van leden van de Raad passeert jaarlijks de revue.

Audit Commissie

De Raad van Commissarissen kent één vaste commissie: de Audit Commissie. Deze houdt toezicht op de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, alle financiële aangelegenheden, de relatie met de externe accountant en de toepassing van de informatie- en communicatietechnologie. De Audit Commissie heeft in een van de Raadsvergaderingen verantwoording afgelegd aan de Raad omtrent de uitgevoerde werkzaamheden.

De Audit Commissie is gedurende het verslagjaar vier maal bijeengekomen.

De samenstelling van de Audit Commissie ultimo 2013 is als volgt:

drs. A.J. Boekelman (Voorzitter)
drs. T.P.K. Huysinga
A.J. van der Linden
drs. B.E. Westgren

Met ingang van 6 februari 2013 is de heer T.P.K. Huysinga benoemd tot lid van de Audit Commissie in de plaats van de heer L.J. Kalmijn. Per 1 juni 2013 heeft de heer A.J. Boekelman het voorzitterschap overgenomen van de heer J.C. De Groot nadat hij zich teruggetrokken heeft als lid cq. voorzitter van de Audit Commissie. Mevrouw Y. Peters is van 1 juni tot 1 oktober 2013 lid geweest van de Audit Commissie. Per 1 oktober is mevrouw B.E. Westgren benoemd als lid van de Audit Commissie in de plaats van mevrouw Y. Peters.

Zelfevaluatie

De Raad van Commissarissen heeft in 2013 zijn eigen functioneren besproken, en zal erop toezien dat de hierbij vastgestelde aanbevelingen worden uitgevoerd. Overall gezien kwam uit de evaluatie een positief beeld naar voren.

De eerstvolgende evaluatie zal plaatsvinden in 2015. De Audit Commissie heeft in 2012 een zelfevaluatie uitgevoerd. De hieruit resulterende aandachtspunten zijn in 2013 opgepakt. Een volgende zelfevaluatie zal plaatsvinden in 2014.

Contacten met de medewerkers

Op incidentele basis hebben leden van de Raad zich door middel van informele gesprekken met medewerkers op de hoogte gesteld van de gang van zaken. De Raad vergadert, uitzonderingen daargelaten, altijd in het gebouw van de onderneming.

De vergaderingen van de bestuurder met de ondernemingsraad zijn in 2013 twee maal bijgewoond door leden van de Raad.

Personalia

Per 1 juni 2013 is drs. J.C. De Groot teruggetreden als lid van de Raad. De hierdoor ontstane vacature zal zo spoedig mogelijk worden ingevuld.

Jaarrekening

Het advies van de Raad van Commissarissen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, te houden op 13 februari 2014 te Groningen, luidt als volgt:

Wij hebben kennis genomen van de door de Chief Executive Officer conform artikel 23 van de Statuten opgemaakte jaarrekening 2013. Wij kunnen ons met deze jaarrekening verenigen en adviseren:

a) de netto winst over 2013 ad € 36,0 miljoen geheel te bestemmen voor uitkering aan aandeelhouders;

b) de jaarrekening 2013 ongewijzigd vast te stellen.

De Raad van Commissarissen stelt het op prijs zijn waardering uit te drukken voor de in 2013 geleverde prestaties en is erkentelijk voor de wijze waarop directie en medewerkers zich in het boekjaar hebben ingezet voor de onderneming en voor de resultaten die zijn behaald. De Raad wenst allen die bij GasTerra werkzaam zijn succes bij het behalen van de doelstellingen die voor 2014 gelden.  

 

De Raad van Commissarissen,  

mr. drs. C.W.M. Dessens, Voorzitter
drs. D.A. Benschop
ir. J.D. Bokhoven
ir. P. Dekker
drs. M.E.P. Dierikx
ir. J.M. Van Roost
drs. A.P.N. van Veldhoven

Marktontwikkelingen

Marktontwikkelingen

Ondanks de economische crisis en de lage kolen- en CO2-prijs in vergelijking met de gasprijs was de gasmarkt in 2013 in Europa krap. Dit kwam door de lange, koude winter en de verminderde aanvoer van LNG.

Gascentrales

Verschillende Noordwest-Europese energiebedrijven kondigden in 2013 aan een aantal gascentrales te zullen sluiten. Zelfs voor de meest moderne, efficiënte gascentrales bestaan plannen om ze in de mottenballen te zetten. Producenten geven door de huidige prijsniveaus van gas, kolen en CO2-emissierechten de voorkeur aan het inzetten van kolencentrales. Tegelijkertijd is de vraag naar elektriciteit relatief verminderd als gevolg van de economische crisis en blijft de productie uit duurzame bronnen toenemen. Gascentrales worden daarom weinig gebruikt. GasTerra ziet gas juist als de ideale aanvulling op deze bronnen in de overgangsfase naar een volledig duurzame energievoorziening. Gasgestookte elektriciteitscentrales kunnen flexibel op- en afgeschakeld worden en vormen zo een goede aanvulling op de minder voorspelbare duurzame energieproductie. Daarnaast is gas de schoonste fossiele brandstof. Hoe de positie van aardgas voor elektriciteitsopwekking zich op de lange termijn zal ontwikkelen, is in grote mate afhankelijk van de kolenprijs en de nieuwe Europese CO2-reductiedoelen voor 2030 en het effect daarvan op de prijs van CO2-emissierechten.

Virtuele handelsplaatsen

Ook in 2013 waren het Engelse National Balancing Point (NBP) en het Nederlandse virtuele handelspunt TTF (Title Transfer Facility) de meest liquide handelsplaatsen in Noordwest-Europa. De substantiële groei van het verhandelde volume op TTF in de afgelopen jaren, zette zich in 2013 voort. De handel op de NBP nam af, terwijl er op de Duitse hubs NetConnect Germany en Gaspool sprake was van sterke groei. Desondanks bleef het verhandelde volume op de Duitse hubs nog sterk achter bij dat op de TTF en NBP. De prijzen op de Noordwest-Europese continentale hubs volgen in hoge mate de prijzen op TTF. Dit duidt erop dat de verbondenheid van Noordwest Europese hubs onder normale omstandigheden, goed is.

LNG

De prijzen voor vloeibaar aardgas (LNG) zijn momenteel hoger in Azië en Zuid-Amerika dan in Europa. In Nederland is in 2013 nauwelijks LNG aangeland. Ook andere Europese landen, met name het Verenigd Koninkrijk, ontvingen in 2012 en 2013 minder LNG dan in de voorgaande jaren. België, Frankrijk en Spanje leverden een deel van het geïmporteerde LNG weer door naar Azië en Zuid-Amerika. Naar verwachting zal pas vanaf 2016, na de start van nieuwe LNG-productie in Australië en de VS, meer LNG naar Europa kunnen komen. 

Leveringszekerheid in Europa

Door de lange, koude winter raakten de bergingen in Europa in het eerste kwartaal van 2013 leger dan gemiddeld. Het duurde tot november voordat de bergingen weer tot een gemiddelde normaal niveau gevuld waren. Ondanks de grote bijdrage van bergingen aan de leveringen in deze koude periode komt dit niet tot uitdrukking in de waardering van flexibiliteit. De zomer-winter-spread (het prijsverschil tussen de winter- en de zomerprijzen) is dit jaar verder verminderd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er thans voldoende berging capaciteit is in Europa. Met de huidige prijzen zal er niet of beperkt geïnvesteerd worden in bergingen, maar zodra krapte in berging capaciteit zou ontstaan dan is GasTerra van mening dat dit tot uiting zal komen in prijssignalen waarop investeringen zullen volgen. Op elektriciteitsgebied hebben verschillende lidstaten diverse maatregelen genomen om te verzekeren dat voldoende elektriciteit kan worden geproduceerd, bijvoorbeeld door de inzet van capaciteitsmechanismen. Wegens de negatieve invloed van deze nationale ingrepen op de werking van de interne Europese elektriciteitsmarkt en de mogelijk ongeoorloofde staatssteun die ermee samenhangt, staat de Europese Commissie kritisch tegenover eenzijdige, nationale maatregelen op dit gebied. 

Verkoop

Verkoop

GasTerra leverde in 2013 89,3 miljard m3 gas. Dat is 5,9 miljard m3 meer dan in 2012. Deze stijging kan verklaard worden door de verkoop van meer gas op TTF en aan de exportklanten. De gemiddelde gasprijs in 2013 was 27,1 eurocent p/ m3.

Virtuele handelsplaatsen

TTF
Naast de directe verkoop van gas aan klanten wordt door GasTerra ook gas op de virtuele handelsplaats Title Transfer Facility (TTF) verkocht, via brokers of rechtstreeks op de beurs ICE Endex. In 2013 verkocht GasTerra 29,0 miljard m3 gas op het TTF. Dat volume is hoger dan wat in 2012 op TTF werd geleverd (27,3 miljard m3). Het totale fysieke volume dat op TTF geleverd is, bedroeg 46 miljard m3 tegen 43 miljard m3 in 2012. Het aandeel van GasTerra bedraagt derhalve 63%. 

Het totaal door marktpartijen verhandelde volume op het TTF bedroeg 848 miljard m3, een stijging van 73 miljard m3 ten opzichte van het voorgaande jaar. De substantiële groei die TTF in de afgelopen jaren doormaakte, is daarmee doorgezet.

De prijzen voor de handel op het TTF lagen in 2013 gemiddeld hoger dan in de voorgaande jaren. De jaargemiddelde Day-ahead prijs is met 2,0 €ct/m3 gestegen ten opzichte van 2012 en de jaargemiddelde Month-ahead prijs met 1,7 €ct/m3. De volgende grafiek toont de prijsontwikkeling van de producten Day-ahead en Month-ahead. 

Buitenlandse handelsplaatsen
GasTerra heeft in 2013 1,6 miljard m3 verhandeld en 7,9 miljard m3 geleverd op de Engelse handelsplaats National Balancing Point (NBP). Daarnaast is er in 2013 0,1 miljard m3 verhandeld op de Duitse handelsplaatsen Net Connect Germany (NCG) en Gaspool.

Het totale fysiek verhandelde volume op het NBP is in 2013 licht gedaald. De handel op NCG en Gaspool is wel gegroeid maar blijft qua omvang nog ver achter bij die van NBP en TTF. NBP en TTF blijven met voorsprong de meest liquide handelsplaatsen in Europa.

De prijsontwikkeling op het TTF, NCG en Gaspool was vergelijkbaar. De NBP prijs volgt dezelfde trend, maar wordt meer door de seizoenen beïnvloed. De prijsverschillen tussen de Noordwest-Europese continentale handelsplaatsen zijn in 2013 verder afgenomen. Dat wijst op een toegenomen gasmarktintegratie. Ook de prijzen van de andere continentale handelsplaatsen volgden grotendeels de prijzen op het TTF.

België, Frankrijk en Italië
In België consolideerde Zeebrugge haar positie als fysieke hub. De handel op het op 1 oktober 2012 gelanceerde virtuele handelspunt Zeebrugge Trading Point was in 2013 zeer beperkt. 

Frankrijk heeft drie afzonderlijke handelsplaatsen. PEG Nord, de belangrijkste van de drie, was in 2013 veel minder liquide dan TTF en de handel op PEG Nord is afgenomen. De transportcapaciteit tussen PEG Nord en de marktgebieden PEG Sud en PEG TIGF vormt een fysieke barrière tussen Noord en Zuid. Mede hierdoor lagen de gasprijzen op PEG Sud en PEG TIGF aanzienlijk boven die van PEG Nord.

Het verhandelde volume op de Italiaanse handelsplaats PSV is in 2013 fors toegenomen. Door een vergroting van de grenscapaciteit is het prijsverschil tussen TTF en PSV afgenomen. 

Liquiditeit
Hoewel er geen hard getal bestaat waarin de liquiditeit van een markt kan worden uitgedrukt, zijn er wel aspecten die samen een goed beeld van de liquiditeit geven. Dit betreft het verhandeld volume, de churn ratio (het aantal keer dat een fysieke m3 verhandeld is), de producten waarin gehandeld wordt, de volatiliteit van de prijzen en de spreiding tussen bied- en laatprijzen. 

Op basis van deze aspecten kan worden geconcludeerd, dat het TTF in 2013 meer liquide is geworden en tevens is de liquiditeit van NCG en Gaspool toegenomen. Op het NBP is minder volume verhandeld, het is echter nog steeds een zeer liquide handelsplaats. De Italiaanse handelsplaats heeft in 2013 een boost in liquiditeit gehad, maar is nog gering in vergelijking met het TTF. De liquiditeit van de Franse handelsplaatsen is in 2013 gedaald ten gevolge van een afname van het verhandelde volume. De Belgische handelsplaatsen zijn qua liquiditeit nagenoeg gelijk gebleven aan 2012.

Energiebedrijven

GasTerra heeft in 2013 10,6 miljard m3 gas, waarvan 7,5 miljard m3 via TTF, geleverd aan energiebedrijven. Dit volume was hoger dan verwacht (8,8 miljard m3). Dit kwam door de lange koude winter en doordat verkopen binnen het jaar zijn toegenomen. Continue vernieuwing van het productengamma en aanpassing van contractuele voorwaarden aan gewijzigde marktomstandigheden liggen hieraan ten grondslag. Zo biedt GasTerra energiebedrijven steeds meer keuzemogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn de keuzes voor verschillende leverpunten, de mate van (prijs)risico's, de mate van temperatuurflexibiliteit en het wel/niet contracteren van flexibiliteit binnen de dag. 

GasTerra sloot met een aanzienlijk aantal nieuwe klanten een contract af voor gestructureerde producten met levering op de TTF. Dankzij de verkopen gedurende 2013 voor levering in 2014 is de verwachting dat het te leveren volume in 2014 ongeveer op hetzelfde niveau blijft als in 2013.

Industrie

In 2013 leverde GasTerra 4,1 miljard m3 gas aan zijn industriële klanten. Het betreft de levering aan onder andere de chemische industrie, brouwerijen, papierfabrieken en de voedingsmiddelenindustrie. Met dit volume daalde de afzet aan deze klantgroepen ten opzichte van het voorgaande jaar. De verslechterde economische omstandigheden en beperktere inzet van warmtekrachtinstallaties waren hier debet aan. 

GasTerra speelt op deze omstandigheden in door, in samenwerking met de klant, zijn producten en de aan de klant geleverde diensten aan te passen en te verbeteren. In 2013 is daarom ingezet op nog actievere klantbenadering, een verbeterde informatievoorziening en het opzetten en ontwikkelen van een digitaal klantenportaal. Op dit portaal kunnen onze industriële klanten vanaf 2014 terecht voor het sluiten van contracten, het aanvragen van offertes en het opvragen van actuele verkoopprijzen. Daarnaast hebben ze hier toegang tot klant specifieke informatie, zoals contractdocumenten en facturen. 

Klanttevredenheid
In het eerste kwartaal van 2013 heeft GasTerra een klanttevredenheidsonderzoek onder zijn industriële klanten laten uitvoeren. Over het algemeen bleken de industrieklanten positief over onze dienstverlening. Zij beoordeelden GasTerra gemiddeld met een 7,9. De respondenten lieten weten GasTerra te zien als een deskundige, klantgerichte en transparante organisatie, maar minder als een innovatief en duurzaam bedrijf. Onze projecten op het gebied van MVO bleken niet bij alle klanten bekend te zijn. Daarnaast gaf men aan behoefte te hebben aan meer informatie van GasTerra, met name over belangrijke marktontwikkelingen en prijzen. GasTerra heeft hier invulling aan gegeven met de periodieke uitgave van een nieuwsbrief naast het leveren van klantspecifieke marktinformatie.

Verkoop Buitenland

GasTerra leverde in 2013 53,2 miljard m3 gas aan klanten in het buitenland. Dat is 4,6 miljard m3 meer dan in 2012. Deze stijging is vooral te verklaren door de lange koude winter. Het klantportfolio bleef onveranderd. Op enkele langetermijncontracten vonden in 2013 heronderhandelingen plaats. Voorheen was het gangbaar om de prijsformule voor langetermijncontracten te baseren op de olieprijs. In toenemende mate worden de prijzen onder deze contracten gebaseerd op de gasprijzen op de handelsplaatsen.

Wanneer partijen bij heronderhandeling onderling niet tot overeenstemming komen, kunnen zij hun geschil aan arbitrage onderwerpen. GasTerra heeft in 2007 van deze mogelijkheid gebruikgemaakt na vastgelopen prijsheronderhandelingen over twee lange termijn gasleveringscontracten met het Italiaanse energiebedrijf Eni. In beide procedures hebben arbiters GasTerra in het gelijk gesteld en met terugwerkende kracht prijsverhogingen toegekend. De twee eindvonnissen in deze procedures werden gewezen in 2012 en 2013. 

Onderstaand wordt voor elk van de landen waaraan GasTerra gas exporteert een kort overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen op energie gebied.

België
Van het geëxporteerde gas verkochten we in 2013 5,4 miljard m3 aan België. Dit land heeft geen eigen aardgasproductie en is daardoor volledig afhankelijk van import van aardgas. Naast de inkoop uit Nederland importeert België voornamelijk LNG en gas uit Noorwegen via pijpleidingen. Via de LNG-terminal Zeebrugge kan België negen miljard m3 per jaar invoeren. België heeft een langlopend contract van 2007 tot 2027 met Qatar voor de levering van drie miljard m3 LNG per jaar. Daarmee is Qatar samen met Noorwegen en Nederland de grootste gasleverancier van België. Recentelijk is een aantal LNG ladingen bestemd voor België omgeleid en naar Azië verscheept. De hogere premies in de Aziatische markt lijken hieraan ten grondslag te liggen. 

De elektriciteitsmarkt in België wordt gekenmerkt door de grote inzet van nucleaire centrales (circa 50%) en gascentrales (30%). In oktober 2011 besloot België de nucleaire energiecapaciteit tussen 2015 en 2025 uit te faseren, echter onder het voorbehoud dat genoeg vervangingscapaciteit gevonden kan worden. 

Frankrijk
GasTerra leverde in 2013 6,5 miljard m3 gas voor de Franse markt. Frankrijk importeert gas verder voornamelijk in de vorm van LNG, en via pijpleidingen uit Noorwegen en Rusland.

Frankrijk maakt in ruime mate gebruik van door kernenergie opgewekte elektriciteit, maar in de afgelopen jaren is er ook een aantal gascentrales gebouwd. Deze centrales zijn door de import van goedkope elektriciteit (met name van kolencentrales vanuit Duitsland) beperkt ingezet. Frankrijk heeft verschillende LNG-terminals. Door de beperkte interne transportcapaciteit is LNG vooral van belang voor het zuiden van het land. Niettemin werd ook door Frankrijk LNG dat oorspronkelijk bedoeld was voor de Franse markt verscheept naar Azië, waarschijnlijk onder invloed van de hoge prijzen. Door het wegvallen van dit gas, is de vraag naar pijpleidinggas uit Noord-Europa toegenomen. Van dit gas moet nu ook meer naar Zuid-Frankrijk worden getransporteerd. Door knelpunten in de infrastructuur tussen Noord- en Zuid-Frankrijk zijn de prijzen in Zuid-Frankrijk hoger dan in Noord-Frankrijk. 

Duitsland 
GasTerra leverde in 2013 22,4 miljard m3 gas aan Duitse handelspartijen 42% van de totale export. Verder importeert Duitsland gas voornamelijk uit Noorwegen en Rusland. 

Als reactie op de ramp met de Japanse kerncentrale in Fukushima kondigde de Duitse regering in 2011 aan de oudste kerncentrales per direct stil te leggen en kernenergie in de periode tot 2022 uit te faseren. Deze productieafname wordt thans echter niet opgevangen door de inzet van gascentrales, maar door die van kolencentrales en de groei van duurzame energiebronnen, met name wind en zon. Veel gascentrales zijn gesloten of zijn aangemeld voor sluiting bij de Bundesnetzagentur. In verband met de noodzakelijke netstabiliteit worden niet alle sluitingsaanvragen gehonoreerd. Tegelijkertijd zet de groei van zonne- en windenergie door, doordat de producenten van deze bronnen dankzij subsidies een gegarandeerde prijs per geleverde Mwh krijgen en doordat duurzame elektriciteit per definitie voorrang krijgt op het net. 

Probleem van het groeiende aandeel en de gegarandeerde prijs van duurzame energie in de Duitse energiemix in combinatie met de inzet van kolencentrales, is dat de opwekking van duurzame energie lastig te beïnvloeden is en oude kolencentrales niet snel op en af te schakelen zijn. Daarom exporteert Duitsland in situaties dat er veel aanbod van elektriciteit is, en weinig vraag, het overschot aan elektriciteit tegen lage (en soms zelfs negatieve) prijzen. In het regeerakkoord van de nieuwe Bondsregering is daarom een meer marktconforme aanpak afgesproken voor de groei van duurzame bronnen enigszins aan banden te leggen. 

Italië
16% van het gas dat GasTerra in 2013 exporteerde gas ging naar Italië (8,6 miljard m3). Verder importeert Italië LNG en gas via pijpleidingen, voornamelijk uit Noorwegen, Algerije, Libië en Rusland. 

Leveringszekerheid is in het land een belangrijk thema. Nieuwe LNG-aanlandingsinstallaties en de aanleg van nieuwe pijpleidingen moeten zorgen voor diversificatie van gasleveringen. Italië heeft de ambitie om de centrale hub voor gas te worden door leveringen vanuit Zuidoost-Europa, Azië en Afrika via pijpleidingen en LNG naar Noordwest-Europa te transporteren. Onlangs werd een derde LNG-terminal in gebruik genomen en de netbeheerder is onder meer bezig om retourcapaciteit door Zwitserland naar Duitsland mogelijk te maken, zodat er niet alleen gas geïmporteerd maar ook geëxporteerd kan worden. Verder is bekend geworden dat de partners van het Shah Deniz II-gasveld (Azerbeidzjan) voor de leveringsroute van hun gas naar Europa gekozen hebben voor de TAP-pijpleiding via Griekenland en Albanië naar Italië, in plaats van de Nabucco-leiding door de Balkan naar Oostenrijk.

Verenigd Koninkrijk
GasTerra leverde in 2013 9,5 miljard m3 gas aan het Verenigd Koninkrijk, waarvan 1,6 miljard m3 via NBP. Dat is 18% van de totale export in 2013. Verder importeert het Verenigd Koninkrijk gas, voornamelijk uit Noorwegen en LNG. In het Verenigd Koninkrijk komt mogelijk meer ruimte voor de inzet van gascentrales. Als gevolg van de Europese Large Combustion Plant Directive moet hier een aantal vervuilende kolencentrales sluiten. Dat betekent op korte termijn een extra vraag naar gas. Naast een hoge inzet van wind op zee ziet de Engelse overheid ook een rol voor kernenergie. In oktober 2013 is een overeenkomst gesloten met EDF, de beheerder van de kerncentrales in Frankrijk, voor de bouw van een nieuwe kerncentrale in het Verenigd Koninkrijk.

Zwitserland
GasTerra verkocht in 2013 0,8 miljard m3 gas aan een Zwitserse handelsonderneming.

Samenvatting
De gasmarkt in Noordwest-Europa is verder geïntegreerd. Prijsverschillen tussen de diverse handelsplaatsen zijn verder afgenomen. Een duidelijk terugkerend thema door heel Europa is de concurrentie tussen kolen en gas voor de opwekking van elektriciteit. Het is duidelijk dat gas op het ogenblik niet kan concurreren met kolen. Maatschappelijk vindt GasTerra dit een onwenselijke situatie en als gevolg daarvan neemt GasTerra dan ook deel aan de elders in dit jaarverslag genoemde Magritte-groep.

Verder zien we dat ondanks deze verslechtering van de concurrentie positie van gas ten opzichte van kolen en het algemene economische klimaat in Europa er in 2013 nog steeds krapte is op de gasmarkt. Oorzaken moeten gezocht worden in de lange koude winter van 2013, de omleiding van LNG naar Azië en het verlaagde aanbod door afnemende Europese productie. Vooral de toenemende flexibiliteit waarmee LNG kan worden en wordt omgeleid, is een trend waarvan GasTerra verwacht dat deze zich in steeds grotere mate zal manifesteren in de toekomst waardoor een globale gasmarkt steeds meer realiteit zal worden.

Inkoop

Inkoop

GasTerra kocht in 2013 89,3 miljard m3 gas in. Dit is een toename van 5,9 miljard m3 ten opzichte van 2012. Het gas was voor 60% afkomstig uit het Groningenveld (53,4* miljard m3 en voor 29% uit de kleine velden (26,3 miljard m3). De overige 11% werd op handelsplaatsen ingekocht of geïmporteerd (9,6 miljard m3).

Groningenveld

60% van het gas dat we in 2013 inkochten, was afkomstig uit het Groningenveld. In totaal nam GasTerra in 2013 53,4* miljard m3 gas af uit dit veld (2012: 47,2 miljard m3). Deze stijging ten opzichte van 2012 kan verklaard worden door de koude winter in het begin van het jaar en de daarmee samenhangende hogere gasverkoop en het vullen van de leeg geproduceerde bergingen in de zomer. 

Groningenplafond: oud en nieuw 
Met dit bovengenoemde ingekochte volume heeft GasTerra zich aan het door de minister van Economische Zaken vastgestelde afnameplafond gehouden. GasTerra mocht van 2006 tot en met 2015 in totaal 425 miljard m3 gas inkopen uit het Groningenveld en in de periode 2011-2020 449 miljard m3. De onderneming heeft van 2006 tot en met 2013 334 miljard m3 gas uit het Groningenveld ingekocht, zodat er volgens het in 2013 geldende plafond nog 91 miljard over was voor de jaren 2014 en 2015.

Naar aanleiding van de toenemende frequentie en kracht van de aardbevingen in het winningsgebied heeft het kabinet op 17 januari 2014 besloten nieuwe productiemaxima in te stellen. Volgens het kabinetsbesluit mag nu per jaar in 2014 en 2015 niet meer dan 42,5 miljard m3 aardgas uit het Groningenveld worden gewonnen, in 2016 nog 40 miljard m3. Bovendien moet de winning op vijf productielocaties in het hart van het aardbevingsgebied, rond Loppersum, met 80 procent worden verminderd. 

Ter voorbereiding op het kabinetsbesluit had de minister van Economische Zaken in januari 2013 opdracht gegeven tot het uitvoeren van 14 onderzoeken naar verschillende vraagstukken die met de productie van gas uit het Groningenveld samenhangen, zoals de omvang van de schade, de mogelijkheden om aantal en kracht van de bevingen te verminderen en de gevolgen van een eventuele productiebeperking. GasTerra was bij een aantal van deze onderzoeksopdrachten betrokken.

GasTerra meent dat het, ondanks de aangekondigde productiebeperking, in staat is aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen.

In de periode 2006-2013 zijn de volgende hoeveelheden Groningengas afgenomen door GasTerra (hoeveelheden in miljard m3): 

2006 32,2
2007 29,9
2008 38,9
2009 37,8
2010 50,1
2011 44,7
2012 47,2
2013 53,4*


Afname L-gas-productie
Het gas uit het Groningenveld bevat relatief veel stikstof in vergelijking met gas uit andere velden. Hierdoor heeft het Groningen-gas een lagere verbrandingswaarde. Nadat het Groningenveld was gevonden, werden alle gastoestellen in Nederland op de verbrandingswaarde van dit zogeheten L-gas afgestemd. Later werden kleinere aardgasvelden ontdekt die gas met een hogere verbrandingswaarde bleken te bevatten. Om dit hoogcalorische gas (H-gas) geschikt te maken voor de op L-gas afgestemde gastoestellen, wordt er in hiervoor gebouwde installaties stikstof bijgemengd. Ook in delen van Duitsland, België en Frankrijk wordt L-gas uit Nederland gebruikt. Daar zijn de nieuwe toestellen al sinds 1996 geschikt voor zowel gebruik van L-gas als van H-gas

Naar verwachting zal het productievolume uit het Groningenveld na 2020 duidelijk teruglopen. Dat heeft gevolgen voor de gebruikers. Zelfs met de volledige inzet van de bestaande stikstofinstallaties kunnen vanaf 2020 niet alle bestaande gebruikers van L-gas worden voorzien. Dat betekent dat zij op termijn moeten overgaan op H-gas. Uit onderzoek van het Energy Delta Gas Research consortium (EDGaR) is gebleken dat ombouw in Nederland niet eerder dan in 2030 noodzakelijk is. 

Ombouw van apparatuur van L-gas naar H-gas
De overgang van L-gas naar H-gas zal in verband met de verschillende situaties in Nederland en de landen die Nederlands L-gas afnemen, in het buitenland moeten beginnen. Vanwege de langlopende bestaande contracten eerst in Duitsland (vanaf 2020) en later in België en Frankrijk (vanaf 2024). GasTerra ziet het als zijn verantwoordelijkheid om zowel klanten als andere direct betrokkenen hier tijdig over in te lichten en hen te begeleiden om tekorten van L-gas te voorkomen. GasTerra, GTS en het ministerie van Economische Zaken hebben deze boodschap in 2013 dan ook onder de aandacht gebracht bij de buitenlandse klanten, netbeheerders, ministeries en regulators. Duitsland heeft het begin van het ombouwplan inmiddels verwerkt in het Netzentwicklungsplan Gas en gaat nu uit van een geleidelijke afbouw van L-gas uit Nederland tussen 2020 en 2030. Ook in België en Frankrijk is de boodschap overgebracht, maar gezien de planningshorizon van de netbeheerders van tien jaar, valt de ombouw tussen 2024 en 2030 hier nog buiten de concrete en openbare plannen. In de contacten met onze buitenlandse klanten is het duidelijk geworden dat er wel al plannen worden gemaakt voor de overgang naar H-gas.

Hoe snel de overgang van de Nederlandse L-gasgebruikers naar H-gas na 2030 zal verlopen, moet in de loop van de jaren '20 worden bepaald. Dit is afhankelijk van de ontwikkelingen van de vraag naar aardgas (met name in de gebouwde omgeving), de resterende productie van het Groningenveld en de mogelijkheid tot inzet van stikstofinstallaties.

Kleine velden

GasTerra kocht in 2013 26,3 miljard m3 kleineveldengas. Dat is een beperkte stijging van 0,4 miljard m3 ten opzichte van de inkoop in het voorgaande jaar (25,9 miljard m3).

In het afgelopen decennium daalde de inkoop van gas uit kleine velden met ongeveer twee miljard m3 per jaar. Dit komt vooral doordat veel kleine velden leger raken. Hierdoor daalt de druk in deze velden en neemt de productie gestaag af. Deze daling wordt niet in dezelfde mate gecompenseerd door de productie uit nieuwe velden. Voor Nederland als totaal daalde de productie in 2013 ten opzichte van 2012 wederom. Binnen de portfolio van GasTerra is dat echter niet het geval en was er in 2013 sprake van stabilisatie. Dit kan worden toegeschreven aan het afsluiten van nieuwe contracten en aan de overgang naar productiegestuurde levering zoals hieronder wordt beschreven. De vooruitblik voor de komende jaren laat een verdere daling zien. Deze prognoses zijn gebaseerd op opgaven van de producenten en gaan uit van een stabiel investeringsniveau. Dat niveau volstaat niet om een trendbreuk in de productie te bewerkstelligen. Meer nieuwe ontwikkelingen zijn daarvoor nodig.

Productiegestuurde levering
In 2013 is GasTerra met de producenten een nieuw operationeel regime overeengekomen. Het 'Buyer's Request Regime' heeft daarmee plaatsgemaakt voor het 'Seller's Nomination Regime'. Dit houdt in dat de levering voortaan niet langer vraaggestuurd plaatsvindt, dat wil zeggen op verzoek van GasTerra, maar productiegestuurd. Producenten bepalen zelf hoeveel gas ze leveren. Hierdoor kunnen zij de levering aanpassen aan de technische mogelijkheden van de velden. GasTerra verwacht dat de producenten door deze werkwijze versneld meer gas zullen leveren. Een en ander is opgenomen in een nieuwe Natural Gas Sales Agreement (NGSA), die alle producenten in 2013 hebben geaccepteerd.

Prijsvorming 
Naast de leveringsvoorwaarden was ook de prijsvorming onderwerp van gesprek in 2013. GasTerra heeft voorgesteld de inkoopprijzen met ingang van 1 januari 2013 te baseren op de prijzen op de virtuele handelsplaats TTF. Dit voorstel, vastgelegd in de nieuwe NGSA, is door alle producenten geaccepteerd.

Inkoop virtuele handelsplaatsen en het buitenland

In 2013 kocht GasTerra in totaal 9,6 miljard m3 gas in. Dit gebeurde zowel via handelsplaatsen, als door import uit met name Noorwegen, Rusland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk . Daarmee bleef de inkoop onder buitenlandse contracten vergelijkbaar met 2012.

Vanwege de veranderende marktomstandigheden - de toegenomen concurrentie en het feit dat de Nederlandse markt volledig op TTF gebaseerd is - heeft GasTerra in de 2013 heronderhandelingen voor lange termijn contracten bijzondere aandacht voor de aanpassing van de prijsformules die in ieder geval de huidige realiteit moeten reflecteren. Verder zijn er ook andere condities van de "klassieke" lange termijn contracten die onder druk staan. Het vergt grote inspanning om met partijen tot overeenstemming te komen over hoe de lange termijn contracten in de toekomst eruit moeten zien. 

GasTerra sloot in 2013 geen inkoopcontracten voor buitenlands gas af met nieuwe partijen. Een aantal kleine contracten liep af, waaronder het laatste leveringscontract van de Noorse Ekofisk-velden op 1 oktober 2013. Hiermee kwam een einde aan bijna veertig jaar gaslevering onder dit contract. 

* Inclusief correctie voorgaande leverjaren van 0,2 miljard m3

Virtuele opslagdienst

Virtuele opslagdienst

GasTerra biedt marktpartijen sinds 2011 de mogelijkheid om virtuele opslagruimte voor gas te contracteren. Deze dienst staat bekend als de virtuele opslagdienst (VOD). In totaal is een opslagvolume van 1,95 miljard m3 beschikbaar. Deze hoeveelheid wordt geveild in de vorm van zogeheten Standard Bundled Units (SBU) van 1440 kWh per stuk. Er zijn zodoende 13,2 miljoen SBU's beschikbaar. ICE Endex voert de veilingen in opdracht van GasTerra uit, waardoor kopers voor GasTerra anoniem blijven. De dienst wordt geleverd op de TTF en is aantrekkelijk voor marktpartijen, omdat deze virtueel is en derhalve geen hinder ondervindt van gaskwaliteiten en ook niet kan uitvallen door technische storingen. Tot nu toe werd de dienst elke keer voor één opslagjaar (van april tot april) geveild. Voor opslagseizoen 2013/2014 zijn in totaal 2 miljoen SBU's verkocht.

Vijfjaarsproduct

Uit marktonderzoek bleek dat marktpartijen de capaciteit ook graag voor langere tijd zouden willen vastleggen. Daarom heeft GasTerra - naast het éénjaarsproduct met een vaste prijs - ook een vijfjaarsproduct ontwikkeld. Dit product wordt gekenmerkt door een prijsformule die geïndexeerd is aan de zomer/Q1-spread. De veilingen van de twee producten vonden plaats op 20 en 21 november 2013 en verliepen succesvol. Van het vijfjaarsproduct (voor de opslagjaren 2014/2019) werd 11,8 miljoen SBU, ofwel 1,75 miljard m3 aan werkvolume gas ter veiling aangeboden. Hiervan werd 4,1 miljoen SBU, ofwel 600 miljoen m3 verkocht. Van het éénjaarsproduct (voor het opslagjaar 2014/2015) werden 4,5 miljoen SBU ter veiling aangeboden. Hiervan werden 3,7 miljoen SBU (oftewel 80%) verkocht. De nog resterende hoeveelheid van 5,4 miljoen SBU zal in februari 2014 worden geveild in de vorm van een éénjaarsproduct.

Transport

Foto: Gasunie Foto: Gasunie

Transport

Met de inkoop van transportcapaciteit bij netbeheerders verkrijgt GasTerra het recht om gas in te voeden op de zogenaamde 'entry-punten' van het transportnet, of om gas te onttrekken op de 'exit-punten'. De kosten voor de inkoop van transportcapaciteit bedroegen in 2013 509 miljoen euro.

De transportkosten zijn vergelijkbaar met 2012 (505 miljoen euro). Daarmee is een einde gekomen aan de structurele en effectieve daling van de transportkosten de afgelopen jaren. 

Deze trend werd mede veroorzaakt door de verschuiving van het afleverpunt op exit-punten naar handel op de TTF. Bij handel op dit virtuele punt betaalt GasTerra alleen voor het invoeden van het gas, de kosten voor onttrekking komen voor rekening van de koper. Aan deze verschuiving lijkt in 2012 een eind te zijn komen: de klanten die de handel op de TTF boven de handel op exit-punten verkiezen, hebben de overstap inmiddels gemaakt.

Tarieven

In Nederland koopt GasTerra de transportcapaciteit in bij Gasunie Transport Services B.V. (GTS), beheerder van het landelijk gastransportnet. De transporttarieven in Nederland worden gereguleerd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM; tot 1 april 2013 de Nederlandse Mededingingsautoriteit, NMa). In 2013 heeft de ACM het Methodebesluit 2014-2016 gepubliceerd, op basis waarvan de tarieven worden vastgesteld. GasTerra is het op hoofdlijnen eens met dit Methodebesluit. De transportkosten zullen in 2014 aanzienlijk hoger uitvallen dan in de voorgaande twee jaren. GTS moest namelijk in 2012 en 2013 met terugwerkende kracht circa 400 miljoen euro teruggeven aan de markt en heeft dit in de tarieven van 2012 en 2013 verwerkt. Nu deze teruggave wegvalt, stijgen de tarieven in Nederland.

Buitenland

GasTerra is niet alleen actief op de Nederlandse transportmarkt. Sinds 2006 koopt GasTerra ook capaciteit in bij de netbeheerders BBL Company en het Engelse National Grid voor de export van gas naar het Verenigd Koninkrijk. Met de toegenomen liquiditeit op de Duitse hubs, neemt GasTerra vanaf 2013 ook capaciteit af bij diverse Duitse netbeheerders. Bij het boeken van de capaciteit maakt GasTerra gebruik van het in 2013 gelanceerde boekingsplatform PRISMA. Op dit platform kunnen gashandelaren bij verschillende netbeheerders transportcapaciteit boeken. Inmiddels hebben negentien Europese netbeheerders zich bij PRISMA aangesloten.

Resultaten

Alle benodigde transportcapaciteit is, conform de doelstelling, tijdig gecontracteerd en er zijn derhalve ook geen boetes voor overschrijding van transportcapaciteit te melden.

Risicomanagement

Risicomanagement

Risicomanagement wordt toegepast op de activiteiten die GasTerra uitvoert ten behoeve van het behalen van zijn bedrijfsdoelstellingen. Dit geeft een grote mate van vertrouwen dat de doelstellingen gerealiseerd worden. Een gedegen risicobeleid is een voorwaarde voor het bedrijf om zijn doelstellingen op een beheerste wijze te realiseren. Risicomanagement maakt bij GasTerra integraal onderdeel uit van het Management Control Systeem. GasTerra voert risicomanagement uit op drie niveaus: op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

Op strategisch en tactisch niveau

Voorafgaand aan de jaarlijkse planning- en controlcyclus stelt GasTerra een strategisch plan op. Dit plan is gebaseerd op de huidige en verwachte ontwikkelingen op de Europese gasmarkt en bevat de strategische keuzes op lange termijn. Het plan omvat ook een beschrijving van kansen en bedreigingen (risico’s).

GasTerra vertaalt dit strategische plan vervolgens voor de korte en middellange termijn in een Business Plan en begroting. In maand- en kwartaalrapportages worden de resultaten vergeleken met de in het Business Plan opgenomen doelen. In dit Business Plan bevindt zich een risicoanalyse op tactisch niveau. De validiteit van deze risicoanalyse wordt gedurende het jaar nog twee maal getoetst. De analyse bevat zowel de specifiek benoemde risico’s, als de maatregelen die nodig zijn om deze risico’s te beheersen.

Op operationeel niveau

Het risicomanagement op operationeel niveau wordt uitgevoerd op het niveau van de individuele afdelingen. Het bestaat uit een risicoanalyse, beheersingsmaatregelen, documentatie en rapportage. Uitgangspunt is dat het lijnmanagement in alle delen van de organisatie verantwoordelijk is voor het signaleren van relevante risico’s en het treffen van de juiste beheersmaatregelen. 

Toetsing

Periodiek toetst GasTerra de effectiviteit van het risicomanagement door middel van interne audits. Bovendien worden de activiteiten op dit gebied binnen alle afdelingen en op alle niveaus jaarlijks geëvalueerd. Deze evaluatie wordt samengevat in het zogenoemde ‘Document of Representation’. Het geheel van deze activiteiten valt onder toezicht van de Audit Commissie, dat door de Raad van Commissarissen is ingesteld.

Voornaamste risico’s en onzekerheden

Door middel van periodieke risicobesprekingen brengen wij de voornaamste risico's en onzekerheden in kaart waarmee GasTerra wordt geconfronteerd. Hierbij wordt gekeken naar risico's van strategische, operationele en financiële aard en naar risico's op het terrein van financiële verslaggeving en wet- en regelgeving. De voornaamste risico's en onzekerheden betreffen de volgende onderwerpen:

Aardbevingen in Groningen
Als gevolg van een aantal aardbevingen in 2012 en 2013 en de daaruit volgende schade en de onzekerheid omtrent de frequentie en kracht van aardbevingen in de toekomst is er het afgelopen jaar veel maatschappelijke onrust geweest in de regio. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) concludeerde in 2013 dat het aardbevingsrisico in het Groningenveld groter is dan eerder werd aangenomen. Afgelopen jaar heeft de minister van Economische Zaken daarom 14 onderzoeken laten uitvoeren om meer inzicht te krijgen in de oorzaak van de aardbevingen, de mogelijke gevolgen, de mogelijkheden ter voorkoming of beperking van de frequentie en kracht van aardbevingen, de mogelijkheden ter voorkoming of beperking van schade door aardbevingen en de wijze waarop schade door aardbevingen wordt afgehandeld. GasTerra heeft meegewerkt aan enkele studies van de minister. 

Inmiddels heeft de minister een besluit bekend gemaakt. Het kabinetsbesluit houdt in dat in 2014 en 2015 per jaar niet meer dan 42,5 miljard m3 aardgas uit het Groningenveld mag worden gewonnen en in 2016 nog 40 miljard m3. Bovendien moet de winning op vijf productielocaties in het hart van het aardbevingsgebied, rond Loppersum, met 80 procent worden verminderd.

GasTerra meent dat het, ondanks de aangekondigde productiebeperking, in staat is aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen. De onderneming zal naar beste vermogen bijdragen aan een succesvolle uitvoering van het kabinetsbesluit.

Regulering
GasTerra wordt geconfronteerd met een toenemende mate van regulering op nationaal en Europees niveau op diverse gebieden (met name Energie en Financiën). We merken dat de voor GasTerra relevante regelgeving steeds meer versnippert. Deze versnippering leidt tot inefficiëntie in de bedrijfsvoering en tot de verplichting om veel nationale regulering te blijven volgen om zeker te stellen dat we aan de geldende regels voldoen.

Voorbeelden van deze versnipperde regulering zijn de invoering van de Europese Verordening No 1227/2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (REMIT), de EU verordening No 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (REMIT, EMIR) en de EU Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID). 

Daarnaast wordt bepaalde Europese regelgeving niet gelijktijdig in diverse lidstaten ingevoerd zoals de Verordening 715/2009, die de voorwaarden regelt voor toegang tot aardgastransmissienetten, alsmede de daaruit volgende procedureregels voor congestiemanagement (CMP). Ten slotte creëert deze verordening mechanismen voor de toewijzing van transportcapaciteit op grensoverschrijdende transportverbindingen (CAM). Ook dit type Europese regelgeving vereist de nodige belangenbehartiging van GasTerra. In het hoofdstuk drie 'Wet- en regelgeving en compliance' leest u meer over deze reguleringen. 

GasTerra beheerst het hierboven geschetste risico op twee manieren:
1) Het nauwkeurig volgen van de reguleringsontwikkelingen op Europees niveau en op nationaal niveau in de landen waar GasTerra actief is. Waar mogelijk tracht GasTerra de ontwikkelingen te beïnvloeden. De implementatie van nieuwe regulering wordt tijdig opgepakt om dit op tijd te kunnen realiseren.
2) Op beleidsniveau staat GasTerra door gesprekken met regeringsleiders en EU leiders een eenduidig Europees energiebeleid voor om daarmee de versnippering terug te dringen.

Kredietrisico
Het kredietrisico bestaat uit het verlies dat zou ontstaan indien klanten of tegenpartijen in gebreke zouden blijven en hun contractuele verplichtingen niet zouden nakomen. De onderneming heeft richtlijnen opgesteld waaraan klanten of tegenpartijen moeten voldoen. Deze richtlijnen beperken het risico verbonden aan mogelijke kredietconcentraties en marktrisico’s. Indien klanten of tegenpartijen niet aan deze richtlijnen voldoen worden nadere zekerheden gevraagd zoals bankgaranties. De onderneming loopt hierdoor geen belangrijk kredietrisico ten aanzien van een enkele individuele klant of tegenpartij. 

Financiële instrumenten 
Renterisico 
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven gelden. De onderneming heeft als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico
Om het liquiditeitsrisico te beperken beschikt GasTerra over een commercial paper-programma van € 1,0 miljard ultimo 2013. De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van liquiditeitsprognoses. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

Valutarisico
GasTerra's beleid tot en met 2012 was om de valutarisico's die voortvloeien uit in- en verkopen volledig af te dekken op het moment waarop de vorderingen of schulden zich manifesteren. Met ingang van 2013 hanteert GasTerra een beleid om de valutarisico's van in de balans opgenomen vorderingen en schulden in vreemde valuta te beheersen met behulp van een bandbreedte. De valutarisico's worden pas - en dan volledig - afgedekt door middel van kortlopende valutacontracten, indien de ongerealiseerde resultaten van die risico's buiten een door de onderneming vastgestelde bandbreedte komen.

Financieringsbehoefte

GasTerra heeft als handelsonderneming met weinig vaste activa en zonder voorraden een beperkte financieringsbehoefte en dit ook slechts voor de zeer korte termijn, vaak slechts enkele dagen. In deze financieringsbehoefte wordt voorzien door middel van ofwel het uitzetten van GasTerra's commercial paper, met een in 2013 niet gebruikt maximum van één miljard euro, ofwel het financieren door middel van kortlopende bancaire leningen. Tot en met oktober 2013 heeft GasTerra ook een commited credit line van 50 miljoen euro als faciliteit onder contract gehad.

Doelstellingen Business Plan

Doelstellingen Business Plan

De hoofddoelstelling van GasTerra is ongewijzigd het maximaliseren van de waarde van het Nederlandse aardgas. Dit hoofddoel is in het Business Plan geconcretiseerd in de volgende doelstellingen:

  1. Het streven het geheel aan GasTerra aangeboden volume aan aardgas te verkopen
  2. Waarde realiseren met het gehele portfolio
  3. Anticiperen op een veranderende markt
  4. Zorgvuldige en efficiënte uitvoering 

Op een maatschappelijk verantwoorde manier ondernemen is een integraal uitgangspunt van het handelen van GasTerra en onderdeel van alle hoofddoelen.